Sensitiviteit bij metaaldetectie
Bijna elke beginner zet de gevoeligheid meteen op het maximum. Meer gevoeligheid is toch meer diepte. In de praktijk krijg je dan vooral een detector die kraakt, piept op elke bodemverandering en bij de eerste hoogspanningsmast onbruikbaar wordt. Sensitiviteit bij metaaldetectie is de instelling die bepaalt hoe sterk je detector reageert op zwakke signalen. Goed afgesteld haal je er diepte mee. Te hoog afgesteld hoor je alles behalve je vondsten. Op deze pagina lees je hoe sensitiviteit werkt en hoe je de juiste stand vindt voor elk terrein.
Wat is sensitiviteit op een metaaldetector
Je zoekschijf zendt een elektromagnetisch veld uit en meet hoe metaal daarop reageert. Een diep liggende munt geeft een heel zwak antwoord. Sensitiviteit, ook wel gevoeligheid of gain genoemd, bepaalt hoe sterk de detector dat zwakke antwoord versterkt voordat hij beslist of het een target is. Hoger betekent dat zwakkere signalen doorkomen. Maar de detector versterkt niet alleen het signaal van metaal. Ook bodemmineralen, elektrische storing en de kabel van je koptelefoon worden luider.
Op de Minelab EQUINOX loopt de schaal van 1 tot 25, op de MANTICORE van 1 tot 35. De XP DĒUS II werkt met een schaal van 0 tot 99. De VANQUISH heeft een eenvoudige schaal met een paar stappen. Bij al deze detectors geldt hetzelfde principe. Zoek de hoogste stand waarbij de detector nog rustig blijft.
Sensitiviteit in het kort
- Functie: bepaalt hoe sterk zwakke signalen worden versterkt
- Andere namen: gevoeligheid, gain, sens
- Werkt samen met: grondbalans, zoekmodus en frequentie
- Belangrijk voor: diepte, maar ook voor rust en betrouwbaarheid
Hoe merk je dat de sensitiviteit te hoog of te laag staat
Je detector vertelt het je zelf. Dit zijn de signalen.
- Te hoog: gekraak en willekeurige piepjes zonder dat je de schijf beweegt
- Te hoog: valse signalen bij het naar beneden bewegen van de zoekschijf
- Te hoog: een target-ID die op hetzelfde object heen en weer springt
- Te laag: een testmunt op vijftien centimeter geeft nauwelijks nog geluid
- Te laag: kleine voorwerpen zoals dunne zilveren muntjes worden gemist
Welke vormen van sensitiviteit zijn er
Handmatige sensitiviteit
Je kiest zelf een waarde en die blijft staan. Dit is de meest gebruikte vorm en geeft de meeste controle.
Automatische sensitiviteit
De detector meet de storing en zet de gevoeligheid zelf net onder het punt waar hij onrustig wordt. Handig voor beginners, maar vaak iets aan de voorzichtige kant.
Ruisonderdrukking
Geen sensitiviteit in strikte zin, maar wel de eerste knop die je indrukt als je detector onrustig is. Noise Cancel op Minelab en Frequency Scan op XP zoeken een kanaal met de minste elektrische storing. Vaak kun je daarna de sensitiviteit weer een paar stappen omhoog.
Waar zet je de sensitiviteit lager
- Onder hoogspanningslijnen en bij zendmasten
- Naast schrikdraad en elektrische afrastering
- Op zwaar gemineraliseerde grond en nat zout strand
- Op stort en bouwgrond met veel ijzer
- Als er een andere zoeker met een detector binnen tien meter loopt
Tips voor het instellen van sensitiviteit
- Stel eerst de grondbalans in en doe een ruisonderdrukking. Pas daarna kijk je naar de gevoeligheid.
- Begin hoog en ga stap voor stap omlaag tot de detector stil is bij een stilstaande schijf.
- Ga daarna één stap terug omhoog en loop een paar meter. Blijft hij rustig, dan heb je je stand.
- Test met een munt op een bekende diepte. Zo zie je direct wat een stap lager je kost.
- Accepteer een enkel piepje. Een detector die af en toe vals gaat maar diep zoekt, is beter dan een detector die muisstil is en niets vindt.
- Controleer de instelling opnieuw als je van terrein wisselt of als de bodem nat wordt.
Veelgemaakte fouten
De bekendste fout is alles op maximaal zetten en vervolgens de discriminatie omhoog draaien om de ruis kwijt te raken. Zo filter je de goede signalen weg die je met die hoge gevoeligheid net wilde horen. Een tweede fout is de gevoeligheid verlagen terwijl de grondbalans het echte probleem is. Een onrustige detector op klei heeft meestal een nieuwe grondbalans nodig, geen lagere sensitiviteit. Een derde fout is vergeten dat een grotere zoekschijf meer bodem ziet en dus vaak een stapje lager moet.
Samenvatting
Sensitiviteit bij metaaldetectie bepaalt hoe sterk je detector zwakke signalen versterkt. De juiste stand is de hoogste waarbij de detector nog rustig blijft, niet het maximum. Zet eerst de grondbalans goed, doe een ruisonderdrukking en zoek dan de grens. Wil je een detector die ook bij hoge gevoeligheid stabiel blijft, bekijk dan onze metaaldetectors met Multi-IQ of kom langs in Hippolytushoef of Alphen aan den Rijn.
