Recovery speed bij metaaldetectie
Oude erven zijn goudmijnen voor de zoeker. Eeuwenlang wonen, werken en verliezen op één plek. Het probleem is dat er ook eeuwenlang spijkers, hoefijzers en ijzerdraad in de grond zijn beland. Een detector die traag reageert hoort daar één brei van signalen. Een detector met de juiste recovery speed bij metaaldetectie hoort de munt tussen de spijkers. Recovery speed bepaalt hoe snel je detector na een signaal klaar is voor het volgende. Op deze pagina lees je wat de instelling doet, welke stand je kiest en wat je inlevert aan diepte.
Wat is recovery speed
Elk signaal dat je detector geeft heeft een begin en een eind. Na het eind heeft de elektronica een moment nodig om zich te herstellen voordat het volgende target een eigen signaal kan krijgen. Recovery speed, letterlijk hersteltijd, is de instelling die dat moment korter of langer maakt. Bij een hoge stand herstelt de detector snel en hoor je twee objecten die een paar centimeter uit elkaar liggen als twee losse signalen. Bij een lage stand smelten ze samen tot één signaal, meestal met de toon van het grootste object, en dat is vaak het ijzer.
Recovery speed is de naam die Minelab gebruikt. Op de EQUINOX 700 en 900 loopt de schaal van 1 tot 8, op de EQUINOX 600 van 1 tot 3. De MANTICORE heeft dezelfde instelling. XP noemt het reactivity en gebruikt op de DĒUS II een schaal van 0 tot 5. Startersdetectors zoals de VANQUISH hebben een vaste stand per zoekmodus. Lees over het bredere begrip bij responssnelheid.
Recovery speed in het kort
- Functie: bepaalt hoe snel de detector na een signaal klaar is voor het volgende
- Schaal: 1 tot 8 op de EQUINOX 700 en 900, 0 tot 5 reactivity op de XP DĒUS II
- Hoog: betere scheiding tussen targets, iets minder diepte
- Laag: meer diepte, minder scheiding
- Belangrijk voor: oude erven, stort, bosgrond en bewoningsplekken met veel ijzer
Hoe merk je het verschil
- Bij een hoge stand geeft een munt naast een spijker twee losse tonen, laag en hoog
- Bij een lage stand geeft dezelfde combinatie één rommelig signaal met een springende target-ID
- Bij een hoge stand klinken signalen korter en scherper
- Bij een lage stand klinken signalen langer en voller en hoor je diepe targets iets beter
- Bij een hoge stand moet je korter en gerichter zwaaien om niets te missen
Welke stand kies je
Laag, 1 tot 3
Voor schone weilanden, strand en grote open akkers zonder veel ijzer. De detector haalt het maximum aan diepte. Je zwaait rustig en ruim.
Midden, 4 tot 5
De allround stand die op de meeste EQUINOX programma's standaard staat. Goede scheiding met behoud van diepte. Voor de meeste Nederlandse akkers de beste keuze.
Hoog, 6 tot 8
Voor oude erven, stort, gesloopte boerderijen en loopgraven. De detector haalt munten tussen het ijzer, maar verliest een paar centimeter diepte. Zwaai korter en langzamer en overlap elke zwaai.
Recovery speed en zwaaisnelheid
Recovery speed en de snelheid waarmee je zwaait horen bij elkaar. Bij een hoge recovery speed en een trage zwaai worden signalen kort en zwak, omdat de detector het target al heeft losgelaten voordat de schijf er goed overheen is. Bij een lage recovery speed en een snelle zwaai loopt de detector achter en mis je targets. Vuistregel. Hoge stand, korte en gecontroleerde zwaai. Lage stand, ruime en vloeiende zwaai. Een kleinere zoekschijf helpt op vervuilde grond extra, omdat die minder objecten tegelijk ziet.
Tips voor het instellen van recovery speed
- Leg een munt en een spijker tien centimeter uit elkaar. Verhoog de stand tot je twee losse signalen hoort. Dat is je stand voor vervuilde grond.
- Test daarna een munt op twintig centimeter diepte. Hoor je hem nog goed, dan is de stand ook voor diepte in orde.
- Combineer een hoge recovery speed met een lage iron bias. Zo scheid je zonder signalen weg te drukken.
- Loop een veelbelovend stuk erf twee keer, één keer op een hoge stand voor de munten tussen het ijzer en één keer op een lage stand voor de diepe signalen.
- Sla per terreintype een programma op met de juiste stand.
Samenvatting
Recovery speed bij metaaldetectie bepaalt hoe snel je detector na een signaal weer vrij is voor het volgende. Hoog voor scheiding op vervuilde grond, laag voor diepte op schone grond, en een middenstand als allround keuze. Stem je zwaaisnelheid en je zoekschijf erop af en test het met een munt naast een spijker. Wil je een detector met een fijn instelbare recovery speed, bekijk dan de Minelab metaaldetectors en XP metaaldetectors of kom langs in Hippolytushoef of Alphen aan den Rijn.
