Elektromagnetisch veld bij metaaldetectie
Je ziet het niet, je voelt het niet en toch is het de reden dat je detector werkt. Het elektromagnetisch veld bij metaaldetectie is het onzichtbare veld dat je zoekschijf de grond in stuurt en waarmee hij metaal opspoort. De vorm, de sterkte en de frequentie van dat veld bepalen hoe diep je zoekt, hoe breed je zwaai dekt en waarom je de schijf laag en vlak moet houden. Op deze pagina lees je hoe het veld eruitziet, hoe metaal en grond erop reageren en wat je er in de praktijk mee kunt.
Wat is het elektromagnetisch veld van een detector
In de zoekschijf zit een zendspoel, een wikkeling van koperdraad. Zodra daar een wisselstroom doorheen loopt, ontstaat er rondom de spoel een magnetisch veld dat in hetzelfde ritme meewisselt. Dat is het primaire veld. Het strekt zich uit boven en onder de zoekschijf, maar alleen het deel dat de grond in gaat is voor jou van belang. Komt er metaal in dat veld, dan ontstaan daarin door inductie wervelstromen die een eigen, veel zwakker veld opwekken. Dat secundaire veld is wat de ontvangstspoel meet. Zonder primair veld geen secundair veld en dus geen signaal.
Elektromagnetisch veld in het kort
- Primair veld: wordt opgewekt door de zendspoel en gaat de grond in
- Secundair veld: wordt opgewekt door wervelstromen in metaal en gaat terug naar de schijf
- Vorm: een kegel of een mes onder de schijf, afhankelijk van het type zoekschijf
- Sterkte: neemt snel af met de afstand tot de schijf
- Frequentie: het aantal wisselingen per seconde, bepaalt waar het veld gevoelig voor is
Hoe ziet het veld eruit onder de zoekschijf
Concentrische zoekschijf
De zendspoel loopt langs de rand en de ontvangstspoel zit in het midden. Het veld heeft de vorm van een kegel met de punt naar beneden. Breed vlak onder de schijf, smal op diepte. Goed voor het precies aanwijzen van een target, minder handig op vervuilde grond omdat de brede top veel objecten tegelijk ziet.
DD zoekschijf
Twee D-vormige spoelen die elkaar in het midden overlappen. Het veld is een smalle strook over de hele lengte van de schijf, als een mes. Daardoor dekt elke zwaai een gelijkmatige baan, scheidt de schijf beter tussen dicht bij elkaar liggende objecten en heeft hij minder last van mineralen. Vrijwel alle moderne detectors van Minelab en XP worden met een DD schijf geleverd. Lees meer bij detectieveld en zoekschijf.
Wat verstoort het veld
- Bodemmineralen en zout water, die zelf reageren op het veld, lees meer bij grondmineralisatie
- Hoogspanningslijnen, schrikdraad en zendmasten, die een eigen veld hebben en storing geven
- Een andere detector binnen tien meter, zeker op dezelfde frequentie
- Je eigen schoenen met stalen neuzen, een horloge of een pinpointer die aanstaat
- Nat gras en regen op de schijf, bij oudere detectors een bron van valse signalen
Wat je met kennis van het veld beter doet
- Houd de zoekschijf zo dicht mogelijk bij de grond. Elke centimeter lucht kost een centimeter diepte, omdat het veld snel zwakker wordt.
- Zwaai vlak en til de schijf aan het eind van de zwaai niet op. Anders wordt het veld aan de randen te zwak en mis je targets.
- Laat zwaaien overlappen. Bij een DD schijf is het veld smal, dus zonder overlap laat je stroken liggen.
- Kies een grotere schijf voor meer veld en meer diepte op schone grond, en een kleinere voor betere scheiding op vervuilde grond.
- Doe een ruisonderdrukking bij storing. De detector zoekt dan een frequentie waarop het veld van de storingsbron minder doorwerkt.
Samenvatting
Het elektromagnetisch veld bij metaaldetectie is het wisselende veld dat de zendspoel de grond in stuurt en waarmee metaal wordt gevonden via het zwakke veld dat het terugstuurt. De vorm van het veld hangt af van de zoekschijf, de sterkte neemt snel af met de afstand en mineralen en elektrische storing kunnen het verstoren. Wie dat begrijpt, zwaait lager, vlakker en met overlap, en vindt meer. Wil je verschillende zoekschijven en hun veld vergelijken, kijk dan bij onze Minelab zoekschijven en XP zoekschijven of kom langs in Hippolytushoef of Alphen aan den Rijn.
